Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
(…)
1. De eigenaars zijn in de gemeenschap gerechtigd in de nader in de akte te bepalen breukdelen.
(...)
3. In gelijke verhouding zijn de eigenaars verplicht bij te dragen in de schulden en kosten, die voor gemeenschappelijke rekening zijn.
3. Met een besluit van de vergadering staat gelijk een voorstel, waarmede alle eigenaars schriftelijk hun instemming hebben betuigd.
(…)
5. Besluiten door de vergadering tot het doen van uitgaven die een in de akte nader te bepalen bedrag te boven gaan (hof: ƒ 2.000), kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat ten minste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan uitbrengen. (...)
8. Het in het lid 5 bepaalde geldt eveneens voor besluiten tot verbouwing of voor besluiten tot het aanbrengen van nieuwe installaties of tot het wegbreken van bestaande installaties, voor zover deze niet als een uitvloeisel van het normale beheer zijn te beschouwen.
De eigenaar, die van zodanige maatregel geen voordeel trekt, is niet verplicht in de kosten hiervan bij te dragen.
3.Beoordeling
standingvan het appartementengebouw en gegeven het feit dat vast is komen te staan dat de oude verlichting kuren vertoonde, te beschouwen als normaal onderhoud en noodzakelijke vernieuwing. Hieraan doet niet af dat de spotjes LED-lampjes bevatten en voorzien zijn van dimmers. Dit zijn niet meer dan aanpassingen aan de eisen van de moderne tijd.
ieder gevalals eigenaar van de appartement(srecht)en [straatnaam] 495-B en [straatnaam] 495-C/D geacht moet worden voordeel te trekken van de werkzaamheden aan het trappenhuis/de hal en de intercom. Weliswaar zijn die appartementen op dit moment fysiek samengevoegd met het appartement [straatnaam] 495-A en zijn de ingangen daarvan in het gemeenschappelijke trappenhuis/de gemeenschappelijke hal dichtgemaakt, maar in de zakenrechtelijke situatie is geen wijziging gebracht en de bouwkundige wijzigingen zijn kennelijk relatief eenvoudig terug te draaien als [appellant] dat mocht verkiezen. Al met al is [appellant] momenteel te vergelijken met iedere andere appartementseigenaar die ervoor kiest van bepaalde gemeenschappelijke voorzieningen geen gebruik te maken. Die subjectieve keuze kan niet doorslaggevend zijn voor de bijdrageplicht.