ECLI:NL:GHAMS:2024:1261
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging onderbewindstelling wegens problematische schulden ondanks gedeeltelijke zelfredzaamheid
Betrokkene is in hoger beroep gekomen tegen de onderbewindstelling die door de kantonrechter was ingesteld vanwege verkwisting en problematische schulden. De onderbewindstelling betreft de goederen van betrokkene voor de duur van vijf jaar met benoeming van een bewindvoerder.
Betrokkene stelt dat hij inmiddels in staat is zijn financiële belangen zelf te behartigen en heeft zelfstandig betalingsregelingen getroffen voor een deel van zijn schulden. De bewindvoerder betwist dit en wijst op disproportionele aflossingen en het feit dat niet alle schuldeisers zijn betrokken, waardoor de financiële situatie kwetsbaar blijft.
Het hof overweegt dat de schuld van betrokkene is gestegen tot circa €19.000,- en dat hij nog niet met alle schuldeisers een regeling heeft getroffen. Tevens is het leefgeld ontoereikend om in het levensonderhoud te voorzien. Het hof concludeert dat betrokkene nog niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, maar erkent zijn zelfredzaamheid en verwacht dat hij in de toekomst zelfstandig zijn financiën kan beheren. De onderbewindstelling wordt daarom bekrachtigd.
Het hof wijst ook op de mogelijkheid van een wettelijk schuldsaneringstraject dat beter aansluit bij de geloofsovertuiging van betrokkene en hem schuldenvrij kan maken na achttien maanden inspanning.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de onderbewindstelling en wijst het verzoek tot opheffing af.