ECLI:NL:GHAMS:2024:1305
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.L.D. Akkaya
- H.T. van der Meer
- F.J. Bloem
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep vordering teruggave leaseauto op grond van onrechtmatige daad afgewezen
BMW Financial Services Nederland B.V. vorderde in eerste aanleg de teruggave van een leaseauto en betaling van achterstallige bedragen van appellant, die als gevolmachtigde was geregistreerd voor het gebruik van de auto. De kantonrechter veroordeelde appellant hoofdelijk tot teruggave van de auto en betaling van kosten, stellende dat appellant onrechtmatig had gehandeld door de auto niet tijdig terug te geven.
Appellant ging in hoger beroep en betoogde dat hij niet beschikte over de auto ten tijde van de veroordeling en dat de volmacht slechts betrekking had op gebruik, niet op eigendom of inlevering. Het hof oordeelde dat de vordering tot teruggave neerkomt op een revindicatievordering ex art. 5:2 BW Pro, waarvoor vereist is dat de gedaagde de zaak onder zich heeft. Dit was niet vastgesteld en ook niet aannemelijk gemaakt door BMW.
Het hof vernietigde daarom het vonnis voor zover appellant werd veroordeeld tot teruggave van de auto en wees de vorderingen af. Tevens werd appellant gevrijwaard van de proceskosten en dwangsommen. De afwijzing van de vordering tot betaling van € 15.978,71 bleef in stand omdat daartegen geen incidenteel appel was ingesteld.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van BMW jegens appellant af en vernietigt het vonnis voor zover appellant tot teruggave van de leaseauto werd veroordeeld.