Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
- een verweerschrift van de heffingsambtenaar, en
- een nader stuk van (de gemachtigde van) belanghebbende van 24 oktober 2023.
- een brief van de heffingsambtenaar van 16 januari 2024 met een reactie op het verzoek van het Hof, waarbij is gevoegd een rekenblad met de kostenraming;
- een brief van (de gemachtigde van) belanghebbende van 8 februari 2024 met een reactie op de door de heffingsambtenaar overgelegde kostenraming;
- een brief van de heffingsambtenaar van 14 maart 2024 met een reactie op voormelde brief van (de gemachtigde van) belanghebbende, en
- een vooraf toegezonden pleitnota van (de gemachtigde van) belanghebbende.
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Hof:inmiddels vijfde lid van artikel 234] is in de eerste volzin de bepaling opgenomen dat ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag kosten in rekening worden gebracht.
Hof:thans artikel 234, vijfde lid, van de wet] kunnen ten hoogste bestaan uit de volgende componenten, voor zover deze rechtstreeks voortvloeien uit de inning van niet betaalde parkeerbelastingen:
Hof:kosten] rechtstreeks voortvloeien uit de inning van niet betaalde parkeerbelastingen” vervangen door “voor zover deze [
Hof:kosten] samenhangen met de inning van niet betaalde parkeerbelastingen”. De besluitgever heeft die wijziging als volgt toegelicht:
5.Kosten
6.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.