ECLI:NL:GHAMS:2024:152
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevel tot betaling proceskosten na afstand van instantie in civiele procedure
Appellanten zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam. Na een comparitie na aanbrengen is geen minnelijke regeling getroffen. Vervolgens hebben appellanten bij het hof aangegeven de procedure niet te willen voortzetten en afstand van instantie gedaan.
Geïntimeerden stemden in met de afstand van instantie, maar verzochten een bevelschrift voor de door hen gemaakte proceskosten. Het hof oordeelt dat verval van instantie kan worden verleend en dat appellanten verplicht zijn de proceskosten van geïntimeerden te betalen conform artikel 249 en Pro 250 lid 4 Rv.
Het hof beveelt appellanten tot betaling van de proceskosten, begroot op €5.689 aan verschotten en €5.152 aan salaris advocaat, en verklaart het bevelschrift uitvoerbaar bij voorraad. Het arrest is uitgesproken door drie rechters op 23 januari 2024.
Uitkomst: Appellanten doen afstand van instantie en worden veroordeeld tot betaling van proceskosten aan geïntimeerden, uitvoerbaar bij voorraad.