ECLI:NL:GHAMS:2024:1528

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 juni 2024
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
000124-24 en 000125-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 317 SrArt. 530 SvArt. 533 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoeker in schadevergoeding na oplegging straf en maatregel

Verzoeker diende een verzoekschrift in tot vergoeding van schade en kosten rechtsbijstand na zijn strafzaak over een overval op een tankstation. De strafzaak eindigde met een gevangenisstraf van tien maanden en een maatregel terbeschikkingstelling.

Het hof oordeelde dat op grond van artikel 533 Sv Pro alleen vergoeding kan worden toegekend indien geen voorlopige hechtenis is toegelaten, wat hier niet het geval was. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast werd het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand afgewezen omdat verzoeker geen rechtsbijstand had in deze procedure en geen gronden van billijkheid voor vergoeding aanwezig waren.

De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 4 juni 2024.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000124-24 (530 Sv) en 000125-24 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000574-23
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
[adres]

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 28 december 2023 ingekomen.
Op 17 april 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 mei 2024 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker, hoewel behoorlijk opgeroepen, is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 6.500,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 16 november 2023 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd met de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden en van de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv Pro
Deze zaak is geëindigd met de oplegging van een straf en maatregel voor het plegen van een overval op een tankstation (artikel 317 Wetboek Pro van Strafrecht.). Een vergoeding op grond van art. 533 Sv Pro kan in dit geval alleen worden toegekend als een straf of maatregel is opgelegd voor een feit waar geen voorlopige hechtenis voor is toegelaten
Nu de zaak is geëindigd met de oplegging van een straf en maatregel en voor een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, zal verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv Pro
Het verzoekschrift is ingediend door de verzoeker zonder dat hij daarbij rechtsbijstand heeft gekregen. Uit het e-mailbericht van 20 februari 2024 van de voormalig advocaat van de verdachte, mr. Y. Nieboer, blijkt dat zij haar cliënt niet bijstaat in deze procedure. Nu ook niet is gebleken dat de verzoeker zich heeft laten bijstaan door een andere advocaat acht het hof geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure.

4.Beslissing

Het hof :
Verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Wijst het verzochte op de voet van 530 af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, R.D. van Heffen en A.R.O. Mooy,
in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 4 juni 2024.