ECLI:NL:GHAMS:2024:1530
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- R.D. van Heffen
- A.R.O. Mooy
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding na sepot en voorlopige hechtenis wegens bezit verdovende middelen
Appellant stelde schade te hebben geleden door de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak wegens bezit van een kleine hoeveelheid verdovende middelen, alsmede kosten voor rechtsbijstand in eerste aanleg en hoger beroep.
De rechtbank wees het verzoek af omdat appellant de verdenking en daaropvolgende maatregelen grotendeels aan zichzelf te wijten had, en het Openbaar Ministerie de zaak sepotte om opportuniteitsredenen. Het hof overwoog dat de enkele aanwezigheid van een gebruikershoeveelheid drugs en de directe erkenning daarvan tijdens het politieverhoor niet maakt dat appellant de verdenking en maatregelen aan zijn eigen houding te wijten had.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en kende op grond van gronden van billijkheid een vergoeding toe van €520 voor verzekering en voorlopige hechtenis, en €1.020 voor proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep. De beschikking werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 juni 2024.
Uitkomst: Het hof kent appellant een schadevergoeding toe van in totaal €1.540 voor verzekering, voorlopige hechtenis en proceskosten.