ECLI:NL:GHAMS:2024:1536

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 mei 2024
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
000906-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na strafzaak zonder strafoplegging

Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 14 mei 2024 een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand ingediend door verzoeker, die betrokken was bij een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. Het verzoek betrof kosten van €27.404,69 voor rechtsbijstand in de strafzaak zelf en €340,00 voor de procedure van het verzoekschrift.

De advocaat-generaal had op 7 maart 2024 het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt dat het verzoek toegewezen diende te worden. Verzoeker en zijn advocaat waren niet aanwezig bij de raadkamerzitting. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 534 Sv Pro gronden van billijkheid aanwezig zijn om de vergoeding toe te kennen.

De beschikking werd door de meervoudige raadkamer van het hof gegeven, ondertekend door de voorzitter en griffier, en de vergoeding van in totaal €27.744,69 werd toegewezen. De beschikking werd onverwijld betekend aan verzoeker en de tenuitvoerlegging werd bevolen door overmaking van het bedrag op de bankrekening van verzoeker.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €27.744,69 toe voor kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000906-23 (530 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000162-23
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1971,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. K. Ramdhan,
Titus van Rijnstraat 141, 1058 GB Amsterdam.

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 29 november 2023 ingekomen.
Op 7 maart 2024 heeft de advocaat-generaal het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt strekkende tot toewijzing van het verzochte.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 14 mei 2024 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker en zijn advocaat zijn met kennisgeving hiervan is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 27.404,69;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Bij arrest van dit hof van 12 oktober 2023 is de strafzaak met voormeld parketnummer geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak tot een bedrag van € 27.404,69.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 340,00.

4.Beslissing

Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoeker een vergoeding toe van € 27.744,69 (zeventwintig duizend zevenhonderd vierenveertig euro en negenzestig cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.W.T. Klappe, R.D. van Heffen en A.R.O Mooy in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 14 mei 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van
- € 27.744,69 op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 14 mei 2024,
mr. A.W.T. Klappe, voorzitter.