ECLI:NL:GHAMS:2024:1536
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- R.D. van Heffen
- A.R.O. Mooy
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na strafzaak zonder strafoplegging
Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 14 mei 2024 een verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand ingediend door verzoeker, die betrokken was bij een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. Het verzoek betrof kosten van €27.404,69 voor rechtsbijstand in de strafzaak zelf en €340,00 voor de procedure van het verzoekschrift.
De advocaat-generaal had op 7 maart 2024 het standpunt van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt dat het verzoek toegewezen diende te worden. Verzoeker en zijn advocaat waren niet aanwezig bij de raadkamerzitting. Het hof oordeelde dat op grond van artikel 534 Sv Pro gronden van billijkheid aanwezig zijn om de vergoeding toe te kennen.
De beschikking werd door de meervoudige raadkamer van het hof gegeven, ondertekend door de voorzitter en griffier, en de vergoeding van in totaal €27.744,69 werd toegewezen. De beschikking werd onverwijld betekend aan verzoeker en de tenuitvoerlegging werd bevolen door overmaking van het bedrag op de bankrekening van verzoeker.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €27.744,69 toe voor kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging.