ECLI:NL:GHAMS:2024:1539
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- A.R.O. Mooy
- R.D. van Heffen
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 14 mei 2024 een beschikking gegeven op het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd.
De verzoeker had kosten gemaakt voor rechtsbijstand in de strafzaak en in de daaropvolgende verzoekschriftprocedure, respectievelijk €8.377,94 en €340,00. Het hof heeft het verzoek tijdig ontvangen en beoordeeld aan de hand van artikel 534, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, waarbij gronden van billijkheid voor toekenning van vergoeding aanwezig werden geacht.
De strafzaak was bij arrest van 19 december 2023 beëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a Sr. Het hof heeft daarom besloten het volledige gevraagde bedrag van €8.717,94 toe te kennen en bevelde de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
De beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters Klappe, Mooy en van Heffen, en is uitgesproken in een openbare zitting. De voorzitter heeft tevens opdracht gegeven tot betaling van het toegekende bedrag op de bankrekening van verzoeker.
Uitkomst: Het gerechtshof kent een vergoeding van €8.717,94 toe voor kosten rechtsbijstand na beëindiging van de strafzaak zonder strafoplegging.