ECLI:NL:GHAMS:2024:1541
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- A.W.T. Klappe
- R.D. van Heffen
- A.R.O. Mooy
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na ongegrond beklag
Verzoeker diende een verzoekschrift in tot vergoeding van kosten rechtsbijstand gemaakt in verband met een beklagprocedure en de verzoekschriftprocedure zelf. Het beklag was eerder door het hof ongegrond verklaard, waardoor de zaak zonder straf of maatregel werd beëindigd.
Het hof nam kennis van het standpunt van het Openbaar Ministerie, dat instemde met de vergoeding, en hoorde de advocaat-generaal tijdens de openbare behandeling. Verzoeker en zijn advocaat waren niet aanwezig.
Op grond van artikel 534 Sv Pro en de billijkheidsoverwegingen achtte het hof toekenning van een vergoeding passend voor de kosten van rechtsbijstand in de beklagprocedure (€6.020,36) en de verzoekschriftprocedure (€340,00). Het hof wees het verzoek toe en beval onmiddellijke betekening van de beschikking.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €6.360,36 toe voor kosten rechtsbijstand na ongegrond verklaard beklag.