ECLI:NL:GHAMS:2024:1591
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aannemingsovereenkomst: geen verzuim opdrachtgever bij stillegging werk en afwijzing ontbinding
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst voor een zolderverbouwing en het plaatsen van een dakkapel. Na beschadiging van de dakkapel legde de opdrachtgever de werkzaamheden stil voor onderzoek. De aannemer bood herstel aan, maar de opdrachtgever weigerde en vorderde ontbinding en schadevergoeding.
De rechtbank wees de vorderingen af omdat de aannemer niet in verzuim was gesteld. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof stelde dat de opdrachtgever de aannemer de kans had moeten geven het herstel uit te voeren en dat het herstelplan van de aannemer niet onredelijk was. De stillegging vond plaats voordat het werk was opgeleverd, zodat geen sprake was van gebreken.
Waterschade die ontstond door het plotselinge stilleggen van het werk kwam voor rekening van de opdrachtgever. Het hof adviseerde partijen de overeenkomst op te zeggen volgens artikel 7:764 BW Pro, waarbij afrekening zal plaatsvinden. De kosten van het hoger beroep werden aan de opdrachtgever opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen tot ontbinding en schadevergoeding af omdat de aannemer niet in verzuim is geraakt.