ECLI:NL:GHAMS:2024:1602
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder
De rechtbank Noord-Holland had op 22 november 2023 het verzoek van de moeder toegewezen om het gezamenlijk gezag over de kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De vader kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat het gezamenlijk gezag moest blijven, omdat de kinderen niet klem zouden zitten tussen de ouders. De moeder en de Raad voor de Kinderbescherming steunden het besluit van de rechtbank.
Tijdens de procedure bleek dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is en dat gezamenlijke besluitvorming over de kinderen niet mogelijk is. Ondanks eerdere hulpverlening is geen verbetering op korte termijn te verwachten. De vader gaf geen toestemming voor belangrijke beslissingen, wat het belang van de kinderen schaadt. Het hof concludeerde dat het ontbreken van een minimale basis voor gezamenlijk gezag een beëindiging daarvan rechtvaardigt.
Het hof bevestigde dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder het eenhoofdig gezag krijgt. Tevens benadrukte het hof dat de moeder de informatie- en consultatieplicht jegens de vader moet blijven naleven. De omgangsregeling met de vader kan onverminderd worden uitgevoerd, ook bij eenhoofdig gezag van de moeder. De bestreden beschikking werd dan ook bekrachtigd en het hoger beroep van de vader afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijst het eenhoofdig gezag toe aan de moeder.