Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 3],
[geïntimeerde 3],
Gerechtshof Amsterdam
Rochdale vorderde in eerste aanleg ontbinding van de huurovereenkomst met [geïntimeerde 1] en ontruiming van een sociale huurwoning omdat de huurder zijn hoofdverblijf niet in het gehuurde zou hebben en de woning onderverhuurde. De kantonrechter wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis in hoger beroep.
Het hof stelde vast dat [geïntimeerde 1] gedurende langere tijd niet zijn hoofdverblijf in de woning had, wat werd ondersteund door huisbezoeken waarbij hij afwezig was en door verklaringen van omwonenden en derden. Tevens werd vastgesteld dat er sprake was van verboden onderverhuur aan meerdere personen. De huurder voldeed niet aan zijn verzwaarde motiveringsplicht om te bewijzen dat hij wel zijn hoofdverblijf had in het gehuurde.
Gezien het belang van Rochdale als toegelaten instelling voor rechtvaardige verdeling van schaarse sociale huurwoningen en de ernst van de tekortkomingen, oordeelde het hof dat ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd was. De vordering tot ontruiming werd toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening van het arrest. [Geïntimeerden] werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de woning ontruimd binnen veertien dagen na betekening van het arrest.