ECLI:NL:GHAMS:2024:177
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking en vaststelling zorg- en opvoedtaken met aangepaste zorg- en vakantieregeling voor minderjarige
In deze zaak stond de hoofdverblijfplaats en de zorgregeling voor een minderjarige centraal. Het hof nam het advies van de Raad voor de Kinderbescherming over, die concludeerde dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder moet blijven en dat de huidige zorgregeling niet in het belang van de minderjarige is vanwege te veel wisselingen. De raad adviseerde een 2/2/5/5-regeling waarbij de vader op maandag en dinsdag zorgt, de moeder op donderdag en vrijdag, en de woensdag afwisselend wordt verdeeld.
De vader verzocht om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen en een andere zorgregeling die rekening houdt met zijn werkverplichtingen. De moeder steunde het advies van de raad en wilde de hoofdverblijfplaats bij haar behouden. Het hof oordeelde dat er onvoldoende redenen waren om de hoofdverblijfplaats te wijzigen en wees het verzoek van de vader af.
De zorgregeling werd gewijzigd conform het advies van de raad, met een wisselmoment op zaterdagochtend om 09:30 uur. De vader krijgt daarnaast zes keer per jaar de mogelijkheid om een lang weekend met de minderjarige door te brengen vanaf vrijdagmiddag. De vakantieregeling werd aangepast in lijn met het gewijzigde voorstel van de moeder en het advies van de raad. De regeling voor feestdagen werd deels vernietigd en opnieuw vastgesteld.
Het hof verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees het in hoger beroep meer of anders verzochte af.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats blijft bij de moeder en de zorg- en vakantieregeling wordt aangepast met een 2/2/5/5-verdeling en zes langweekenden per jaar voor de vader.