ECLI:NL:GHAMS:2024:1983
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontbinding of opzegging aannemingsovereenkomst en afrekening verbouwing woning
In deze civiele zaak staat een geschil centraal over de uitvoering en betaling van verbouwingswerkzaamheden aan een woning. De opdrachtgever, appellant, gaf de aannemer opdracht tot verbouwing, maar beëindigde de overeenkomst per e-mail wegens vermeende tekortkomingen en vertraging.
De kernvraag was of deze beëindiging als ontbinding of als opzegging moest worden gekwalificeerd, met gevolgen voor de afrekening. De rechtbank had de beëindiging als opzegging aangemerkt en de aannemer deels toegewezen in zijn vordering tot betaling van het restant van de aanneemsom, vermeerderd met meerwerk en verminderd met besparingen.
Het hof bevestigt dat sprake is van opzegging en niet van ontbinding, omdat de opdrachtgever geen ingebrekestelling had gedaan en de fatale termijn van oplevering nog niet was verstreken. Tevens wijst het hof de vorderingen van de opdrachtgever in reconventie af. Wel corrigeert het hof de hoogte van de besparingen, erkent besparingen op arbeidskosten en stelt het het verschuldigde bedrag aan de aannemer lager vast dan de rechtbank. De proceskosten worden deels gecompenseerd. Het arrest is uitgesproken op 16 juli 2024.
Uitkomst: De overeenkomst is opgezegd, niet ontbonden; appellant moet een lager bedrag aan geïntimeerde betalen met correctie voor arbeidskostenbesparingen.