ECLI:NL:GHAMS:2024:201
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader en huurrecht echtelijke woning
De ouders zijn in scheiding en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind. De rechtbank had bepaald dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader is en dat de vader huurder wordt van de echtelijke woning. De moeder kwam hiertegen in hoger beroep en verzocht onder meer om de hoofdverblijfplaats bij haar te bepalen en het huurrecht aan haar toe te wijzen.
Tijdens de procedure trok de moeder een deel van haar verzoeken in. Het hof overwoog dat de situatie tussen de ouders momenteel relatief stabiel is en dat de minderjarige baat heeft bij continuïteit en rust. Uit rapportages blijkt dat het kind zich beter ontwikkelt sinds de hoofdverblijfplaats bij de vader is vastgesteld. Het hof vond het niet in het belang van het kind om de hoofdverblijfplaats te wijzigen.
Ook ten aanzien van het huurrecht van de echtelijke woning gaf het hof de voorkeur aan de vader, omdat hij de hoofdverzorger is en het belang van het kind voorop staat. De moeder heeft een tijdelijke woonplek en de vader heeft meer mogelijkheden om elders te verblijven. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking van de rechtbank en wees het hoger beroep van de moeder af.
Uitkomst: De beschikking dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader blijft en het huurrecht van de echtelijke woning aan de vader wordt toegekend, is bekrachtigd.