ECLI:NL:GHAMS:2024:2256

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 april 2024
Publicatiedatum
13 augustus 2024
Zaaknummer
23-002650-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 lid 2 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in hoger beroep wegens intrekking

De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 26 september 2023. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep begon op 4 januari 2024, maar werd geschorst. Op 7 februari 2024 trok de verdachte het hoger beroep in, bevestigd door een e-mail van zijn raadsvrouw op 8 februari 2024. Hierdoor werd hij geacht zijn bezwaren tegen het vonnis in te trekken.

Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Gezien het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij verdere behandeling en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 april 2024. Twee van de drie rechters konden het arrest niet medeondertekenen wegens afwezigheid. De beslissing betreft een procedurele afwijzing zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002650-23
datum uitspraak: 30 april 2024
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 september 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-127563-23 en 13-174626-23 en 13-189780-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieadres].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 april 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is op 4 januari 2024 aangevangen en geschorst. Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 7 februari 2024 en de e-mail van de raadsvrouw van 8 februari 2024 wenst de verdachte het hoger beroep niet te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal de verdachte, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gehoord de advocaat-generaal, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. N. van der Wijngaart en mr. M. Jeltes, in tegenwoordigheid van mr. E.C. van Eijck van Heslinga, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 april 2024.
mr. N. van der Wijngaart en mr. M. Jeltes zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.