ECLI:NL:GHAMS:2024:2256
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in hoger beroep wegens intrekking
De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam van 26 september 2023. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep begon op 4 januari 2024, maar werd geschorst. Op 7 februari 2024 trok de verdachte het hoger beroep in, bevestigd door een e-mail van zijn raadsvrouw op 8 februari 2024. Hierdoor werd hij geacht zijn bezwaren tegen het vonnis in te trekken.
Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Gezien het ontbreken van enig rechtens te respecteren belang bij verdere behandeling en op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 30 april 2024. Twee van de drie rechters konden het arrest niet medeondertekenen wegens afwezigheid. De beslissing betreft een procedurele afwijzing zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.