ECLI:NL:GHAMS:2024:231
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afgewezen inzake wijziging mentorschap voor verstandelijk beperkte vrouw
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van het mentorschap van een vrouw met een ernstige verstandelijke beperking. De kantonrechter had eerder besloten de moeder van de vrouw te ontslaan als mentor en in plaats daarvan een professionele mentor, X B.V., te benoemen. Verzoekster, een nicht van de vrouw en voormalig curator, wilde zelf tot mentor worden benoemd.
In hoger beroep voerde verzoekster aan dat zij door haar langdurige en nauwe band met de vrouw beter geschikt zou zijn als mentor dan een professionele mentor die de vrouw niet persoonlijk kent. De moeder en de huidige mentor stelden dat een professionele mentor met ervaring in de zorg voor gehandicapten het beste de belangen van de vrouw kan behartigen, mede gezien het verleden waarin verzoekster het vermogen van de vrouw zou hebben aangewend voor eigen lasten.
Het hof oordeelde dat de wetgever een duidelijke voorkeur geeft aan familieleden bij de benoeming van een mentor, maar dat in dit geval de moeder zich uitdrukkelijk tegen de benoeming van verzoekster heeft uitgesproken. Dit wantrouwen en het ontbreken van contact tussen verzoekster en moeder maken de benoeming van verzoekster niet in het belang van de vrouw. Het hof vond ook geen aanwijzingen dat de huidige mentor haar taak niet goed vervult en bekrachtigde daarom de beschikking van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hoger beroep van verzoekster is afgewezen en de beschikking tot benoeming van de professionele mentor is bekrachtigd.