Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Naar aanleiding van uw verzoek zend ik bijgaand het testament van uw vader (…).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak klaagt klager over het handelen van een notaris die in 2011 een akte van verdeling van de nalatenschap van de schoonvader van klager heeft gepasseerd. De woning uit de nalatenschap werd uitsluitend op naam van de toenmalige echtgenote van klager gezet, met toepassing van een uitsluitingsclausule. Klager stelt dat hij destijds niet naar behoren is geïnformeerd over deze eigendomsverdeling.
Klager diende pas in 2022 een klacht in tegen de notaris, ruim tien jaar na het passeren van de akte. De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke driejarige vervaltermijn zoals bedoeld in artikel 99 lid 21 van Pro de Wet op het notarisambt (Wna). Klager voerde aan dat hij vanwege een taalbarrière niet tijdig kennis kon nemen van het handelen van de notaris.
Het hof bevestigde de beslissing van de kamer. Het oordeelde dat klager op het moment van het passeren van de akte in 2011 kennis had of redelijkerwijs kennis had kunnen nemen van het handelen van de notaris. De vervaltermijn begon toen te lopen en is overschreden. Het feit dat klager pas bij de echtscheiding in 2021 begreep dat de woning buiten de huwelijksgemeenschap viel, leidt niet tot verlenging van de termijn. De klacht is daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de driejarige vervaltermijn.