ECLI:NL:GHAMS:2024:2477
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats bij vader en behoud gezamenlijk gezag in familierechtelijke zaak
Deze zaak betreft een geschil over het ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen na echtscheiding van de ouders. De rechtbank had eerder het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag afgewezen, maar wel de hoofdverblijfplaats bij hem vastgesteld. De moeder ging hiertegen in hoger beroep.
In hoger beroep bevestigt het hof het uitgangspunt dat gezamenlijk gezag het wettelijke norm is en ziet geen aanleiding dit te wijzigen. Hoewel er momenteel geen communicatie is tussen de ouders, leidt dit niet tot onoverkomelijke problemen in het nemen van belangrijke beslissingen. Het hof constateert een ernstig loyaliteitsconflict bij de kinderen, waarbij zij zich geheel aan de vader hebben verbonden en de moeder buitengesloten is. De vader weigert hulpverlening te accepteren, wat het conflict verergert.
Met betrekking tot de hoofdverblijfplaats oordeelt het hof dat de kinderen sinds oktober 2022 bij de vader verblijven en dat het in hun belang is deze situatie voort te zetten. De kinderen zelf geven aan bij hun vader te willen blijven. Het hof bekrachtigt daarom de eerdere beschikking dat de hoofdverblijfplaats bij de vader blijft. Tevens ontslaat het hof de bijzondere curator uit haar taak.
De bestreden beschikking wordt in alle punten bekrachtigd en het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag wordt afgewezen, zodat het gezamenlijk gezag gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de hoofdverblijfplaats bij de vader en handhaaft het gezamenlijk gezag over de kinderen.