ECLI:NL:GHAMS:2024:2523
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie met aanpassing draagkracht vader
In deze zaak staat de hoogte van de kinderalimentatie voor [minderjarige 1] centraal. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die hem verplichtte een bijdrage van €873 per maand te betalen. Hij stelde dat hij geen draagkracht heeft vanwege zijn uitkeringssituatie en woonsituatie.
Het hof beoordeelde de financiële situatie van de vader, die een Participatiewetuitkering ontvangt met diverse inhoudingen, waardoor hij feitelijk €650 per maand ontvangt. Gezien deze beperkte draagkracht en het aanbod van de vader om €100 per maand te betalen, stelde het hof de alimentatie vast op dit bedrag vanaf heden. De behoefte van het kind werd niet verder besproken omdat het aanbod van de vader zijn draagkracht overstijgt.
Verder oordeelde het hof dat de ingangsdatum van de alimentatie op 12 juli 2022 blijft zoals door de rechtbank vastgesteld. Voor de periode daarvoor en tot heden geldt dat, indien de vader meer heeft betaald, de moeder het meerdere niet hoeft terug te betalen gezien haar financiële situatie. De bestreden beschikking werd vernietigd en het verzoek van de moeder in hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €100 per maand vanaf heden, met inachtneming van reeds betaalde bedragen.