ECLI:NL:GHAMS:2024:2529
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voormalige pleegmoeder geen belanghebbende bij verlenging ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarige
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter waarin de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige zijn verlengd. De moeder is het niet eens met de aanstelling van [X], een tante en voormalige pleegmoeder, als belanghebbende in de procedure.
De minderjarige verbleef van 2020 tot 2022 bij [X], maar woont sinds september 2022 in een crisisgroep met professionele 24-uurs begeleiding. De moeder staat achter deze plaatsing en wenst dat [X] niet langer als belanghebbende wordt aangemerkt, omdat zij geen pleegouder meer is en de eerdere perspectiefbeslissingen geen gezag van gewijsde hebben.
Het hof oordeelt dat [X] ten onrechte als belanghebbende is aangemerkt, omdat zij niet meer de minderjarige verzorgt en opvoedt en haar omgangsregeling te beperkt is om het pleegoudercriterium toe te passen. Ook op grond van het eerste criterium van artikel 798 lid 1 Rv Pro is zij geen belanghebbende, omdat haar rechten en verplichtingen niet rechtstreeks door de beslissing worden geraakt.
Verder bevestigt het hof dat eerdere beslissingen over het perspectief van de minderjarige geen bindende gezagskracht hebben en dat het aan de kinderrechter is om bij de verdere procedure opnieuw te beoordelen wat in het belang van de minderjarige is. De bestreden beschikking wordt vernietigd voor zover [X] als belanghebbende is aangemerkt, en de zaak wordt terugverwezen voor verdere beslissing zonder [X] als belanghebbende.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking voor zover [X] als belanghebbende is aangemerkt en bepaalt dat zij in de verdere procedure geen belanghebbende is.