ECLI:NL:GHAMS:2024:2535
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging zorgregeling en afwijzing schorsingsverzoek in co-ouderschap kinderen
Deze zaak betreft een geschil over de zorg- en opvoedingstaken van twee minderjarige kinderen tussen hun ouders na hun uiteengaan. De rechtbank had een zorgregeling vastgesteld waarbij de kinderen om de week bij de vader en moeder verblijven, met een regeling voor vakanties en feestdagen. De moeder ging in hoger beroep tegen deze regeling en verzocht om een minder frequente wisseling, uit zorg voor de emotionele stabiliteit van de kinderen en vanwege zorgen over de omgang van de vader met de kinderen.
Het hof heeft de bestreden beschikking van de rechtbank bekrachtigd. Het hof overwoog dat de huidige regeling rust, structuur en continuïteit biedt die in het belang zijn van de kinderen. De moeder had zich aanvankelijk aan de regeling gehouden, maar wilde daarna de kinderen niet meer afgeven, wat leidde tot een kort geding en een dwangsom. Sindsdien verloopt de zorgregeling conform de rechtbankbeschikking. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde handhaving van de regeling en benadrukte het belang van goede communicatie en hulpverlening.
Het hof nam mee dat de ouders moeite hebben met communicatie, maar dat de kinderen goed functioneren en de school bevestigt hun positieve ontwikkeling. Er is hulpverlening betrokken die de communicatie en samenwerking tussen ouders moet verbeteren. De door de moeder gevraagde wijziging zou te veel onrust veroorzaken. Het schorsingsverzoek van de moeder is daarom afgewezen omdat het belang van de kinderen bij continuïteit prevaleert.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de zorgregeling van de rechtbank en wijst het schorsingsverzoek van de moeder af.