ECLI:NL:GHAMS:2024:2549
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie na detentie met beperkte draagkracht vader
De vader is tien jaar gedetineerd geweest en sinds 20 februari 2023 voorwaardelijk vrijgekomen. Na zijn detentie ondervindt hij problemen met het vinden van een betaalde baan, mede door het gat van tien jaar in zijn cv en de aard van zijn veroordeling. De moeder verzocht om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen, die de rechtbank op €150 per kind per maand stelde.
De vader betwistte dit en stelde in hoger beroep dat hij slechts draagkracht heeft voor een bijdrage van €50 per maand. Het hof oordeelde dat de ingangsdatum van de alimentatie 19 juni 2023 moet zijn, de datum van het inleidend verzoek van de moeder, omdat de vader zich constructief had opgesteld na de eerste brief van de advocaat van de moeder.
Bij de bepaling van de behoefte van de kinderen werd uitgegaan van het netto gezinsinkomen uit 2012, wat resulteerde in een behoefte van €500 per kind per maand in 2023. De draagkracht van de vader werd vastgesteld op het niveau van zijn feitelijke inkomen, een bijstandsuitkering, omdat het aannemelijk is dat zijn detentie het vinden van een baan belemmert. Het hof stelde de bijdrage daarom vast op €25 per kind per maand, lager dan de rechtbank had bepaald. De vader heeft aangegeven bereid te zijn dit bedrag te verhogen zodra hij een betaalde baan vindt.
De moeder werd niet veroordeeld in de kosten van het hoger beroep en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vader moet met ingang van 19 juni 2023 een bijdrage van €25 per kind per maand betalen aan de moeder.