Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Eerste aanleg
4.Beoordeling
volgens mij is er geen vertrouwen meer, misschien kunnen we beter stoppen. Vervolgens heeft [appellant] de daad bij het woord gevoegd en de bouwplaats verlaten. In zijn conclusie van antwoord heeft [appellant] ook erkend dat het zijn bedoeling was om de werkzaamheden op 29 juni 2020 definitief te staken. De bovengenoemde (kennelijk mede voor [geïntimeerde] bestemde) mededeling van [appellant] aan [A] is onder deze omstandigheden te kwalificeren als een mededeling waaruit [geïntimeerde] mocht afleiden dat [appellant] in de verdere nakoming van zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen zou tekortschieten, met inbegrip van zijn verplichting tot herstel van de vloer. [appellant] was daarom op grond van artikel 6:83 sub Pro aanhef en onder c BW al vanaf 29 juni 2020 in verzuim.