ECLI:NL:GHAMS:2024:2861
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging gezamenlijk gezag en omgangsregeling vader wegens detentie, moeder behoudt eenhoofdig gezag
De zaak betreft het gezag en de omgangsregeling over een minderjarige van zeven jaar, waarbij de rechtbank eerder het gezamenlijk gezag aan beide ouders toekende en een zorgregeling vaststelde ten gunste van de vader. De moeder ging hiertegen in hoger beroep, mede vanwege de onverwachte detentie van de vader in Duitsland sinds mei 2024, waardoor communicatie en uitvoering van gezagsbeslissingen praktisch onmogelijk zijn geworden.
Het hof overweegt dat door de detentie geen overleg mogelijk is en dat belangrijke beslissingen, zoals medische behandelingen en het verkrijgen van een paspoort, zonder medewerking van de vader niet kunnen worden uitgevoerd. Gezien de onduidelijkheid over de duur van de detentie en de praktische beperkingen acht het hof eenhoofdig gezag bij de moeder noodzakelijk in het belang van het kind.
Ten aanzien van de omgang constateert het hof dat de omgang vóór de detentie goed verliep en het kind het contact met zijn vader miste, maar dat een vaste omgangsregeling momenteel niet in zijn belang is vanwege de onvoorspelbaarheid en onzekerheid. Het hof vernietigt daarom de eerdere beschikking voor zover het gezag en de omgang betreft en wijst de verzoeken van de vader af. Het schorsingsverzoek van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling van de vader vanwege zijn detentie, waarbij de moeder het eenhoofdig gezag behoudt en het verzoek om omgang wordt afgewezen.