Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant] ,
[BV 1] B.V.,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
7 maart 2014 overeengekomen – kort gezegd – dat [appellant] het pand zou kopen voor
€ 1,2 miljoen, voor zich in privé en/of een nader te noemen meester (hierna: de koopovereenkomst).
huurt thans het bedrijfspand (…) [Straat] 198 te (…) [woonplaats] , van (…) [BV 2] (…).
opdracht gegeven om voormeld bedrijfspand te renoveren danwel geschikt te maken voor exploitatie van bedoelde partijcentrum. Partij 1 heeft om deze reden meerdere werkzaamheden verricht in voormeld bedrijfspand.
voor zich in privé en/of nader te noemen meester.overeenkomst
op 01 december 2014 verhuurd aan [appellant] , ingaande 01 januari 2015, voor een duur van vijf (5) plus vijf (5) jaar.
3.Eerste aanleg
4.Beoordeling
grief 1klagen [appellanten] dat de behandeling en de beantwoording van de voorvraag dermate cruciaal is in het licht van de ratio achter dit artikel, dat dit niet zonder meer achterwege had kunnen blijven. [appellanten] herhalen dat de ratio en achtergrond van artikel 1:88 BW Pro in deze zaak niet aan de orde zijn. [geïntimeerde] zou om die reden geen gerechtvaardigd beroep op artikel 1:88 BW Pro mogen toekomen.