Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
niet meer zeuren” terwijl de vragen van [naam 2] c.s. nog altijd niet beantwoord waren.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder centraal, met name de omvang van de legitimaire massa en de vraag of bepaalde giften aan de executeur bij deze berekening moeten worden betrokken.
De rechtbank had vastgesteld dat aanzienlijke bedragen die door de moeder waren afgelost op leningen van de executeur en diens maatschap als giften moesten worden beschouwd, waardoor de legitimaire massa werd verkleind. De executeur betwistte dit en voerde aan dat hij onvoldoende bewijs was geleverd en dat de contante opnamen door de moeder plausibel waren.
Het hof oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de aflossingen feitelijk weer teniet zijn gedaan door contante opnamen die niet aannemelijk door de moeder zelf konden zijn gedaan. Het hof corrigeert echter het bedrag van de giften door enkele stortingen mee te rekenen en andere niet, waardoor de legitimaire massa groter wordt dan door de rechtbank vastgesteld. Daarnaast wijst het hof de proceskostenveroordeling toe op een hoger tarief en compenseert het de kosten in hoger beroep tussen partijen.
Het arrest vernietigt delen van het vonnis van de rechtbank en wijzigt de bedragen die aan de erfgenamen moeten worden betaald, waarbij de executeur wordt veroordeeld tot betaling van de aangepaste legitieme porties en proceskosten.
Uitkomst: Het hof past de berekening van de legitimaire massa aan en veroordeelt de executeur tot betaling van aangepaste legitieme porties en proceskosten.