ECLI:NL:GHAMS:2024:3003
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek moeder tot eenhoofdig gezag over minderjarige
De moeder verzocht bij de rechtbank Amsterdam om het gezamenlijk gezag over haar dochter te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de moeder in hoger beroep ging. De vader was het eens met de afwijzing. Het geschil betreft de betrokkenheid van de vader bij de minderjarige en de communicatie tussen de ouders.
Tijdens de procedure stelde de moeder dat de vader nauwelijks betrokken is, onregelmatig alimentatie betaalt en niet in staat is om gezagsbeslissingen te nemen. De vader betwistte dit en gaf aan wel betrokken te zijn en bereid tot verbetering van de communicatie. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde om de beschikking van de rechtbank te bekrachtigen, ondanks de gebrekkige omgangsregeling.
Het hof benadrukte het uitgangspunt van gezamenlijk gezag en oordeelde dat onvoldoende is gebleken dat het gezamenlijk gezag in het belang van het kind moet worden beëindigd. Het hof stelde dat de ouders meer moeten samenwerken en dat het belang van de minderjarige gediend is met het voortzetten van het gezamenlijk gezag. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en toewijzing van eenhoofdig gezag wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.