ECLI:NL:GHAMS:2024:3065
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering ondanks dwingend bewijs van arbeidsovereenkomst
In deze zaak vordert appellant loonbetaling op grond van een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarvan de echtheid door MCO Productions B.V. werd betwist. Het hof neemt anders dan de voorzieningenrechter de dwingende bewijskracht van de schriftelijke overeenkomst aan, mede ondersteund door loonspecificaties en een UWV-bericht.
Desondanks wordt de vordering afgewezen omdat appellant geen informatie heeft verschaft over een bodemprocedure waarin binnen korte termijn uitspraak werd verwacht, terwijl het hof zijn oordeel daarop moet afstemmen. Tevens zijn er tegenstrijdigheden in de memorie van grieven, zoals de stelling dat het salaris over januari 2024 is betaald terwijl ook wordt gesteld dat appellant op 14 januari 2024 is ontslagen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst het hoger beroep af, waarbij appellant wordt veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de loonvordering af en bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter.