Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het verloop van het geding
3.Feiten
4.Beoordeling in eerste aanleg
5.Nieuwe feiten en beoordeling in hoger beroep
in2020 maar
over
€ 37.306,- is teruggebracht tot € 5.412,-. [geïntimeerde] heeft ter onderbouwing van de daarmee gemoeide kosten een factuur overgelegd van RFN van 30 juni 2023 waarbij het gevorderde bedrag aan hem in rekening is gebracht. Op grond van artikel 6:96 lid 2 onder Pro a BW komen die kosten voor vergoeding in aanmerking. Zij houden verband met de toewijsbaar geoordeelde post van € 5.412 en kunnen - onbestreden - de dubbele redelijkheidstoets doorstaan. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met - als evenmin bestreden - de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 mei 2024.