ECLI:NL:GHAMS:2024:3124
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding rolstoelbeschadiging binnen aansprakelijkheidslimiet luchtvervoerder
In deze zaak vordert appellant schadevergoeding voor zijn rolstoel die beschadigd raakte tijdens een vlucht met Vueling Airlines. De kantonrechter kende een vergoeding toe tot de limiet van het Verdrag van Montréal, circa €1.588,33. Appellant stelde in hoger beroep dat deze limiet niet van toepassing zou moeten zijn vanwege de bijzondere aard van de rolstoel en de ernstige gevolgen van onvergoed blijven.
Het hof overweegt dat het Verdrag van Montréal een strikte aansprakelijkheid kent met een absolute schadevergoedinglimiet, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, of een bijzondere verklaring omtrent belang. Appellant heeft geen bijzondere verklaring afgegeven en onvoldoende bewijs geleverd voor opzet of roekeloosheid door de luchtvervoerder of haar afhandelingsbedrijf.
De persoonlijke omstandigheden van appellant, waaronder zijn afhankelijkheid van de rolstoel en het ontbreken van een reisverzekering, rechtvaardigen geen uitzondering op de aansprakelijkheidsbeperking. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis waarbij de schadevergoeding is beperkt tot de aansprakelijkheidslimiet van het Verdrag van Montréal.