Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin zijn verzoeken tot gezamenlijk gezag en omgang met zijn dochter [minderjarige 1] werden afgewezen en kinderalimentatie werd vastgesteld op €830 per maand.
De vader woont in Spanje en is sinds februari 2023 niet meer in contact met zijn dochter, die in Nederland bij de moeder woont. Het hof stelde vast dat Nederlands recht van toepassing is op het gezag, omdat de gewone verblijfplaats van het kind ten tijde van geboorte in Nederland was. De vader had geen gezamenlijk gezag omdat hij het kind niet heeft erkend en niet bereikbaar is.
Gezien de onbereikbaarheid van de vader, het ontbreken van vertrouwen tussen ouders en het lange contactverlies, wees het hof het verzoek tot gezamenlijk gezag af. Ook het verzoek tot een omgangsregeling werd afgewezen, mede vanwege het risico voor het kind en het ontbreken van contact sinds 2023.
Ten aanzien van de kinderalimentatie oordeelde het hof dat de vader onvoldoende heeft aangetoond dat hij niet draagkrachtig is. Zijn stellingen over gebrek aan inkomen en het leven van giften werden niet onderbouwd. De kinderalimentatie van €830 per maand blijft daarom in stand. Het verzoek tot schorsing van de alimentatiebetaling werd eveneens afgewezen.