ECLI:NL:GHAMS:2024:3624
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 september 2024, waarin de schuldsaneringsregeling tussentijds werd beëindigd zonder verlening van de schone lei. Appellant voerde aan dat hij door ziekte van zijn moeder en ziekenhuisopname niet altijd aan zijn sollicitatieverplichting kon voldoen en dat de termijnoverschrijding voor het instellen van hoger beroep verschoonbaar was.
Het hof oordeelt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is omdat het vonnis niet rechtstreeks aan appellant is verstrekt, maar alleen aan de beschermingsbewindvoerder. De beschermingsbewindvoerder is niet bevoegd om namens appellant hoger beroep in te stellen, waardoor appellant ontvankelijk is in zijn beroep.
De inhoudelijke beoordeling toont aan dat appellant gedurende 28 maanden ernstig tekort is geschoten in zijn verplichting om gemiddeld viermaal per maand te solliciteren. Ondanks meerdere kansen en een laatste waarschuwing van de rechtbank, heeft appellant onvoldoende sollicitatie-inspanningen geleverd. De omstandigheden zoals ziekte van zijn moeder en ziekenhuisopname rechtvaardigen dit niet.
Gezien het negatieve advies van de bewindvoerder en de steun van de beschermingsbewindvoerder bij dit advies, heeft het hof geen vertrouwen dat appellant alsnog aan zijn verplichtingen zal voldoen. De tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt daarom bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen van appellant.