Appellante ging in hoger beroep tegen de verlenging van haar schuldsaneringsregeling met zes maanden door de rechtbank Noord-Holland. Zij voerde aan dat het medisch advies van de verzekeringsarts onvoldoende onderbouwing bood voor de veronderstelling dat zij 36 uur per week arbeid kon verrichten en dat zij niet verplicht was tot aanvullende sollicitaties boven de 20 uur die zij reeds werkte.
De bewindvoerder stelde dat appellante haar sollicitatieverplichting niet was nagekomen en dat het medisch advies geen medische urenbeperking aangaf, wat volledige arbeidsgeschiktheid impliceert. Het hof onderzocht het medisch advies en concludeerde dat dit niet expliciet aangaf hoeveel uren appellante arbeidsgeschikt was en dat de conclusie over het ontbreken van een medische urenbeperking onvoldoende was gemotiveerd.
Gezien de vastgestelde fysieke klachten en beperkingen achtte het hof het aannemelijk dat appellante niet meer dan 20 uur per week kon werken gedurende de periode april tot en met september 2024. Hierdoor was zij niet gehouden tot sollicitatie voor 36 uur per week. De bewindvoerder erkende ter zitting dat het advies onvoldoende basis bood voor een fulltime werkverplichting.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en beëindigde de schuldsaneringsregeling met toekenning van de schone lei aan appellante. Hierdoor zijn de vorderingen waarvoor de regeling gold niet langer afdwingbaar.