Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:3633

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 december 2024
Publicatiedatum
9 januari 2025
Zaaknummer
23-001078-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 SvArt. 36e SrArt. 3 onder C Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending artikel 48 Sv in ontnemingszaak

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 november 2021, waarin de betrokkene was veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet en tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Tijdens het hoger beroep stelde het hof vast dat de raadsman van de betrokkene in eerste aanleg niet op de juiste wijze was geïnformeerd over de zitting, zoals vereist op grond van artikel 48 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Dit vormde een schending van het recht op een eerlijk proces.

Als gevolg hiervan vernietigde het hof het vonnis in de strafzaak en wees de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland voor een nieuwe behandeling. Omdat de ontnemingszaak nauw verweven is met de strafzaak, vernietigde het hof ook het vonnis in de ontnemingszaak en verwees deze eveneens terug.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 december 2024. De voorzitter was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt het vonnis en wijst de straf- en ontnemingszaak terug naar de rechtbank wegens schending van artikel 48 Sv.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001078-23
datum uitspraak: 19 december 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 november 2021 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer
15-224010-21 tegen de betrokkene
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1988,
adres: [adres].

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 39.913,28.
De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 19 november 2021 - kort gezegd - veroordeeld ter zake van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.
Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 19 november 2021 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 39.813,28 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
19 december 2024.
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 19 december 2024 het vonnis in de strafzaak vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank Noord-Holland, omdat de raadsman in eerste aanleg niet op de voet van artikel 48 Wetboek Pro van Strafvordering (Sv) op de hoogte is gebracht van de zitting in eerste aanleg.

Onderzoek van de zaak

De hiervoor genoemde beslissing van het hof tot vernietiging van het vonnis in de strafzaak en tot terugwijzing daarvan naar de rechtbank Noord-Holland, heeft tot gevolg dat het hof het vonnis in de ontnemingszaak eveneens zal vernietigen en ook die zaak zal terugwijzen naar de rechtbank.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Noord-Holland, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. R.D. van Heffen en mr. J.L. Bruinsma,
in tegenwoordigheid van mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 december 2024.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.