De zaak betreft een geschil over de vraag of appellante als appartementseigenaresse verplicht is voorschotbijdragen aan de Vereniging van Eigenaars (VvE) te betalen. Appellante betwistte de oprichting en het ontstaan van de VvE en daarmee haar betalingsverplichting.
Het hof stelde vast dat de splitsingsakte van 30 november 1998 voldeed aan de wettelijke vereisten voor oprichting van een VvE, inclusief het vaststellen van een reglement en statuten. Hoewel de VvE pas op 1 mei 2005 ontstond, vanwege het vereiste dat meerdere eigenaren aanwezig moeten zijn, is de VvE daarmee rechtsgeldig opgericht en ontstaan.
Appellante voerde aan dat een akte van oprichting ontbrak en dat de VvE niet tijdig was ingeschreven, maar het hof oordeelde dat inschrijving in het handelsregister en een oprichtingsvergadering niet wettelijk vereist zijn. Ook stelde het hof vast dat appellante niet tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen besluiten van de VvE.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellante tot betaling van de achterstallige voorschotbijdragen, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. De grieven van appellante werden verworpen en haar bewijsaanbod gepasseerd.