ECLI:NL:GHAMS:2024:475
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof beslist over kinderalimentatie en DNA-onderzoek in hoger beroep
In deze zaak staat de vraag centraal of de man de biologische vader is van de minderjarige en of hij verplicht is tot kinderalimentatie. De man betwist het vaderschap en verzoekt om een DNA-onderzoek, terwijl de vrouw dit bevestigt en bereid is mee te werken. Het hof beveelt een deskundigenonderzoek aan om het vaderschap vast te stellen.
Daarnaast is er een geschil over de hoogte van de kinderalimentatie en de draagkracht van de man. De man stelt dat zijn inkomen aanzienlijk lager is dan door de rechtbank aangenomen en verzoekt om schorsing van de uitvoerbaarheid van de beschikking. Het hof overweegt dat het belang van het kind voorop staat, maar erkent ook de financiële situatie van de man en besluit tot gedeeltelijke schorsing van de alimentatiebetalingen.
Het hof bepaalt dat het DNA-onderzoek door een deskundige wordt uitgevoerd en dat de kosten voorlopig voor rekening van de man komen. De behandeling wordt aangehouden tot na ontvangst van het deskundigenrapport, waarna verdere beslissingen worden genomen. De schorsing geldt volledig voor de periode van 1 januari tot 1 juli 2022 en gedeeltelijk daarna tot het bedrag van €421,- per maand.
Uitkomst: Het hof gelast DNA-onderzoek en schorst de kinderalimentatie gedeeltelijk tot definitieve beslissing.