Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.de vennootschap onder firma [appellante 1] ,
[appellant 2],
[appellant 3],
1.Het geding in hoger beroep
- een bedrag van € 31.840,82, met rente vanaf 26 augustus 2019 tot de dag van voldoening;
- [appellanten] hoofdelijk te veroordelen om hetgeen door [geïntimeerde] ter uitvoering van het vonnis aan [appellanten] is betaald, te weten een bedrag van € 11.009,92, terug te betalen, met rente vanaf 31 juli 2021 tot de dag van voldoening;
2.Feiten
7 maart 2019: [appellanten] : Graag het tweede gedeelte van de factuur
3.Beoordeling
Dubbele woonlasten, inclusief gas en elektra € 12.336,00
€ 5.639,55
4.Beslissing
- een bedrag van € 24.404,00, met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2019 tot de dag van voldoening;
- een bedrag van € 11.009,82, met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2021 tot de dag van voldoening;