Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
1.[geïntimeerde 1] ,
[geïntimeerde 2],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak oordeelt het Gerechtshof Amsterdam over de omvang van de schadevergoeding voor waterschade aan een woning die door geïntimeerden aan appellanten is verkocht. Uit een eerder tussenarrest blijkt dat geïntimeerde 1 tijdens een inspectie voorafgaand aan de levering een kraan heeft laten openstaan, waardoor wateroverlast ontstond.
Appellanten hebben de schade nader inzichtelijk gemaakt met een bouwkundig rapport en beeldmateriaal dat ernstige waterschade aan plafonds, wanden, vloeren en trappen toont. Het hof schat de herstelkosten op circa €12.000, inclusief btw, ondanks dat werkzaamheden zonder factuur zijn uitgevoerd. Daarnaast wijst het hof huurlasten voor twee maanden toe ter hoogte van €1.740. Andere kostenposten, zoals tijdelijke opslag en autohuur, worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof laat geïntimeerden toe tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigen te horen. De beslissing over verdere geschilpunten wordt aangehouden. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en op 12 maart 2024 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hof wijst een schadevergoeding van €13.740 toe en staat geïntimeerden toe tegenbewijs te leveren.