ECLI:NL:GHAMS:2024:592
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling moeder en minderjarige in pleeggezin met contactherstel als voorwaarde
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen een omgangsregeling tussen een moeder en haar minderjarige kind, dat in een pleeggezin woont. De rechtbank had bepaald dat de moeder eenmaal per maand gedurende ruim twee uur begeleide omgang met het kind heeft. De moeder verzocht om uitbreiding naar een weekend per twee weken en de helft van de schoolvakanties zonder begeleiding.
Het hof overweegt dat de minderjarige sinds 2013 in het pleeggezin woont en dat het contact met de moeder wisselend is geweest, met een langdurige periode zonder contact. De minderjarige heeft in een brief en via de GI aangegeven geen uitbreiding van de omgang te willen en zich niet op haar gemak te voelen zonder begeleiding. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert contactherstel onder leiding van een systeemtherapeut.
Het hof concludeert dat de omgangsregeling van de rechtbank passend is en dat eerst contactherstel moet plaatsvinden voordat uitbreiding mogelijk is. De moeder moet hiervoor in gesprek met de GI en Levvel. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd, waarbij het belang en de wensen van de minderjarige voorop staan.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de begeleide omgangsregeling van eenmaal per maand en wijst uitbreiding af vanwege het belang en de wens van de minderjarige.