ECLI:NL:GHAMS:2024:594
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof verleent bewindvoerder machtiging tot eenmalige schenking uit vermogen onder bewind
In deze zaak is door het Gerechtshof Amsterdam op 12 maart 2024 een beschikking gegeven over een hoger beroep tegen een eerdere afwijzing door de kantonrechter van een verzoek tot schenking uit het vermogen van een onder bewind gestelde vrouw met beginnende dementie.
De verzoekers, kinderen en kleinzoon van de vrouw, hadden bezwaar tegen het oordeel van de kantonrechter dat de vrouw niet in staat zou zijn haar wil omtrent de schenking te bepalen. Het hof overwoog dat hoewel de vrouw dementerend is en niet zelfstandig kan wonen, zij wel degelijk haar wil kon uiten dat het geld uit de verkoop van haar woning aan haar kinderen en kleinzoon zou worden geschonken.
Het hof hield rekening met het feit dat er geen schenkingstraditie bestaat omdat het vermogen tot voor kort in de woning zat, en dat de schenking het vermogen niet onder de wettelijke ondergrens van €30.000 zou brengen. Ook werd meegewogen dat de familieverhoudingen goed zijn en dat de schenking geen financiële risico's voor de vrouw oplevert.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en verleende het de bewindvoerder een machtiging om namens de vrouw een eenmalige schenking van €20.000 per persoon te doen aan haar kinderen en kleinzoon.
Uitkomst: Het hof verleent de bewindvoerder machtiging tot een eenmalige schenking van €20.000 per persoon aan de kinderen en kleinzoon van de onder bewind gestelde vrouw.