Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
Goed huurderschap
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak huurde appellant sinds 2009 een woning van Eigen Haard. In juni 2020 werd in het gehuurde een handelshoeveelheid hennep van meer dan 1600 gram en goederen voor een hennepplantage aangetroffen. Eigen Haard vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens ernstige tekortkoming.
Appellant voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de hennep en stelde dat een aannemer zonder zijn medeweten de hennep had geplaatst. Hij bezocht de woning regelmatig en zorgde voor werkzaamheden. De kantonrechter oordeelde dat appellant tekort was geschoten in zijn zorgplicht als huurder en ontbond de huurovereenkomst.
In hoger beroep handhaafde Eigen Haard haar standpunt. Het hof oordeelde dat de aanwezigheid van de handelshoeveelheid hennep een ernstige tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. Het verweer van appellant dat hij niet wist van de hennep werd onvoldoende onderbouwd en zijn toezicht op de woning was onvoldoende. Het belang van Eigen Haard bij handhaving van haar zero tolerance beleid woog zwaarder dan het woonbelang van appellant.
Het hof bekrachtigde het vonnis tot ontbinding en ontruiming en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning wegens de aanwezigheid van handelshoeveelheid hennep.