ECLI:NL:GHAMS:2024:647
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: verdiencapaciteit en reiskosten na verhuizing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin de kinderalimentatie was vastgesteld op €25 per maand. Zij verzocht een verhoging naar €300 per maand, met ingang van 1 januari 2023. Het hof handhaafde de ingangsdatum van 11 januari 2023 zoals door de rechtbank bepaald.
De moeder stelde dat de behoefte van het kind in 2019 €580 per maand bedroeg, gebaseerd op een hoger netto besteedbaar gezinsinkomen inclusief niet-geregistreerde inkomsten uit back-door werkzaamheden. De vader betwistte dit, maar weigerde inhoudelijk op vragen te antwoorden, waardoor het hof de hogere behoefte aannam en deze indexeerde naar €645 in 2023.
De vader had nauwelijks geregistreerd inkomen en stelde dat hij vanwege psychische klachten niet kon werken. Het hof vond dit onvoldoende onderbouwd en ging uit van een fictieve verdiencapaciteit op basis van het minimumloon. Daarnaast nam het hof de reiskosten van €155 per maand in aanmerking vanwege de verhuizing van het kind zonder toestemming van de vader, wat extra lasten voor hem veroorzaakte.
De draagkracht van de vader werd vastgesteld op €43 per maand en die van de moeder op €248 per maand. Omdat de gezamenlijke draagkracht onvoldoende was om in de behoefte van het kind te voorzien, werd geen zorgkorting toegepast. Het hof bepaalde dat de vader €43 per maand aan kinderalimentatie moet betalen, ingaande 11 januari 2023.
Uitkomst: De vader moet vanaf 11 januari 2023 €43 per maand kinderalimentatie betalen aan de moeder.