ECLI:NL:GHAMS:2024:775
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake schade door wateroverlast na verbouwing woning
In deze civiele zaak draait het om schade door wateroverlast in een woning na een verbouwing. Appellante voerde tegenbewijs tegen het vermoeden dat de schade door haar toerekenbare tekortkoming was veroorzaakt. Zij en haar partner verklaarden dat zij de woning pas na de verbouwing betrokken en dat zij de afvoerbuis hadden afgezaagd vanwege stankoverlast. Een deskundige stelde vast dat de kraan niet op juiste wijze was gemonteerd en dat de schade waarschijnlijk door manipulatie door derden was ontstaan.
Het hof oordeelde dat het tegenbewijs niet slaagde. De verklaringen van appellante en haar partner waren niet aannemelijk en roepen vragen op, zoals de noodzaak om de afvoerbuis direct af te zagen. De deskundige concludeerde dat de kraan niet op de juiste wijze was geïnstalleerd en dat de schade niet door een fout van het installatiebedrijf kon zijn veroorzaakt. Het hof achtte aannemelijk dat de schade door manipulatie na installatie was ontstaan.
Daarmee bleef het bewijsvermoeden dat de schade door een tekortkoming van appellante was ontstaan overeind. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het tegenbewijs van appellante af, waardoor zij aansprakelijk blijft voor de waterschade.