Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
.
5.De motivering van de beslissing
“Waar is de geld”, waarop de vrouw reageert met
“Dat krijg je”. De man schrijft daarna
“Wat. Waar is de geld?”, waarop de reactie van de vrouw is
“Word later afgehandeld”. Tot slot schrijft de man
“Heb je gestolen is mijn geld. Van da zaak. Je neemt € 30000 van de zaak me”. Hierop reageert de vrouw niet meer. Volgens de man kan uit deze berichten worden afgeleid dat de vrouw het volledige bedrag van € 30.000,- heeft meegenomen, omdat hij heeft gevraagd
“Waar is de geld”en niet
“Waar is het andere deel van het geld”en omdat de vrouw niet meer heeft gereageerd op het laatste bericht van de man.
“Postvak sleutel”. Volgens de verklaring van de vrouw in eerste aanleg heeft zij op dit bericht gereageerd en niet op het geld. Zij wilde zo min mogelijk reageren op berichten van de man, reden waarom zij niet op zijn laatste bericht heeft gereageerd. Daarbij overweegt het hof voorts dat ook als de man zou hebben geschreven
“Waar is het andere deel van het geld”, dit evenmin voldoende zou zijn om vast te stellen dat de vrouw meer dan € 19.000,- zou hebben meegenomen, omdat ook uit dit bericht niet zou kunnen worden opgemaakt wat het totaal bedrag is. Aangezien de man niet op andere wijze heeft onderbouwd dat de vrouw meer dan € 19.000,- heeft meegenomen, gaat het hof daarvan uit. Wel zal het hof de beslissing van de rechtbank vernietigen voor zover daarin is bepaald dat de vrouw € 2.000,- aan de man moet betalen. Partijen hebben immers ieder recht op de helft van € 30.000,-, derhalve € 15.000,-. Aangezien de vrouw € 19.000,- heeft meegenomen, heeft zij € 4.000,- te veel ontvangen. De grief slaagt in zoverre en faalt voor het overige.