Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 december 2017.
Hoge Raad
De vrouw en de man zijn in 2008 gehuwd en in 2016 gescheiden. De rechtbank bepaalde dat de man partneralimentatie van € 848 per maand moest betalen. Het hof vernietigde deze beschikking en stelde de partneralimentatie op nihil, omdat het bij de berekening van het netto besteedbaar inkomen van de vrouw rekening hield met huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget.
De vrouw stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget als overheidsbijdragen van aanvullende aard buiten beschouwing moeten blijven bij het vaststellen van de behoefte aan partneralimentatie volgens art. 1:157 BW Pro.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof de grenzen van de rechtsstrijd had overschreden door de partneralimentatie op nihil te stellen, terwijl partijen in hoger beroep slechts discussieerden over een bedrag tussen € 150 en € 848. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling en beslissing.