Belanghebbende heeft op 26 januari 2021 een bestelbus stilgezet voor het onmiddellijk lossen van DHL-pakketten. De heffingsambtenaar constateerde om 13:26 uur dat de auto stilstond zonder zichtbare laad- of losactiviteiten en legde een naheffingsaanslag parkeerbelasting op wegens parkeren zonder betaling.
Belanghebbende maakte bezwaar en gaf aan dat de auto stilstond voor het lossen van zaken. De heffingsambtenaar vernietigde de naheffingsaanslag in bezwaar wegens onrechtmatigheid. In hoger beroep is de vraag aan de orde of de naheffingsaanslag terecht is vernietigd en of belanghebbende recht heeft op een kostenvergoeding.
Het hof oordeelt dat het stilstaan voor het onmiddellijk lossen van zaken betekent dat het belastbare feit parkeren niet heeft plaatsgevonden, waardoor de naheffingsaanslag onrechtmatig was. Echter is de onrechtmatigheid niet aan de heffingsambtenaar te wijten, omdat de controleur op basis van de foto’s geen aanwijzingen had voor laden of lossen en geen verdere verificatie hoefde te verrichten.
Daarom is de naheffingsaanslag terecht vernietigd, maar bestaat geen recht op vergoeding van kosten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.