Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
(ondertoezichtstelling)en C/15/346035 / FA RK 23-5487
(gezag en zorgregeling)
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft het gezag over twee minderjarige kinderen, de omgangsregeling met de moeder en een verzoek tot ondertoezichtstelling. De rechtbank had het gezamenlijk gezag tussen de ouders beëindigd en de vader alleen met het gezag belast. Tevens stelde zij een omgangsregeling vast waarbij de moeder onder begeleiding op woensdagmiddag contact met de kinderen had. Het verzoek tot ondertoezichtstelling werd afgewezen.
De moeder ging in hoger beroep tegen de beëindiging van het gezamenlijk gezag, de omgangsregeling en de afwijzing van de ondertoezichtstelling. De vader steunde het vonnis. De moeder trok haar grieven over omgang en verblijf in, waardoor alleen het gezag en de ondertoezichtstelling nog aan de orde waren.
Het hof oordeelt dat de communicatie tussen de ouders ernstig verstoord is en niet binnen afzienbare tijd zal verbeteren, waardoor gezamenlijk gezag onaanvaardbare risico’s voor de kinderen oplevert. De vader wordt daarom alleen met het gezag belast. De omgangsregeling wordt gewijzigd in twee keer per week beeldbellen, wat in het belang van de kinderen is. De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling omdat zij geen gezag meer heeft en dit verzoek niet in hoger beroep kan doen.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover het gezag betreft, wijst het beroep tegen ondertoezichtstelling af en stelt de nieuwe omgangsregeling via beeldbellen vast.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en de vader alleen met het gezag belast; een omgangsregeling via beeldbellen wordt vastgesteld en het beroep tegen ondertoezichtstelling wordt niet-ontvankelijk verklaard.