Belanghebbende heeft tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2021 hoger beroep ingesteld nadat de rechtbank het beroep ongegrond had verklaard. De aanslag was vastgesteld op een belastbaar inkomen van €17.172, met een belastingrente van €8. Belanghebbende wenst dat de aanslag wordt verhoogd, maar het Hof stelt dat het niet bevoegd is om de aanslag te verhogen.
De procedure kende een uitgebreid verloop met meerdere aanvullingen van stukken door beide partijen en een zitting op 25 februari 2025. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van het hoorrecht tijdens de bezwaarprocedure. Het geschil concentreert zich op de vraag of de aanslag IB/PVV hoger moet worden vastgesteld.
Het Hof oordeelt dat het verzoek om verhoging van de aanslag niet kan worden ingewilligd omdat het Hof niet bevoegd is om de aanslag te verhogen en belanghebbende geen rechtens relevant belang heeft bij een hogere aanslag. Daarnaast kan het Hof niet oordelen over andere belastingzaken zoals omzetbelasting die buiten de aanslag IB/PVV vallen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.